Status :

  • Open Versie
  • ASM-2
  • Concept Versie : 17 Juni 2014
  • Bijgewerkt 3 december 2015
  • Bijgewerkt 8 februari 2017

Pagina Inhoud

 

 

 

 

 

Nu het theoretisch kader van het Assetmanagement gedefinieerd is door de NEN-ISO 55000 kan gekeken worden wat er binnen die kaders zicht bevindt. Wat bevindt er zich in het Assetmanagement en welke lagen komen we tegen toe uiteindelijk het kleinste deeltje van de Asset is gevonden. Het “pellen van het Assetmanagement” kan worden vergeleken met het paradigma zoals deze in de wetenschap wordt voorgesteld als de “wetenschapsui”*. De “wetenschapsui” bestaat van buiten naar binnen uit zes schillen, opgebouwd van abstract naar specifiek, nl:   onderzoeksfilosofie, onderzoeksaanpak, onderzoeksstrategie, methodologische keuzes, tijdshorizon en technieken en procedures. Dit paradigma geeft de onderzoek overzicht welk aanpak er gekozen kan worden om uiteindelijk de juist data te collecteren en inzichten te verwerven in de probleemstelling. Het is een gekende techniek die menig onderzoeker hanteert om te komen tot de een onderzoekplan. Wanneer deze aanpak wordt geprojecteerd op het Assetmanagement zouden we kunnen spreken van een “Assetmanagement-Ui”.
Door het Assetmanagement af te pellen, laag voor laag, komen we uiteindelijk uit bij het kleinste deeltje van de Asset die in het ideale geval precies doet wat de organisatie, het beleid of de directie dat had beoogd gedurende de levensduur van dat onderdeel. Feitelijk kan dat pas als deze twee met elkaar gedurende de levensduur van dat kleinste element gekoppeld zijn. Zolang het beleid of doelstelling en het kleinste deeltje maar met elkaar gekoppeld zijn kan er worden “meebewogen” in de interne en externe context van het Assetmanagement. Deze koppeling wordt in het engels “de Line Of Sight” genoemd echter binnen het onderzoek de “Koppeling van beleid aan onderhoudsactiviteit”. Door het beleid opgesteld door de directie te koppelen aan het component** zal gedurende levensduur het component precies doen wat er van wordt verwacht. Er zijn geen failures en er zijn geen afwijkingen. In dat paradigma bestaan storingen niet wat feitelijk de wijze van denken zou moeten zijn. 

*Research ‘onion‘. Bron: Saunders, Lewis & Thornhill (2008)

**Component kleinste deeltje van een asset conform de NEN 2767 2013 versie. 

 

1. Het theoretisch kader en paradigma

Assetmanagement en TB en O 003
Fig. 1.1 Het paradigma

Door de NEN-ISO 55000 als theoretisch kader te stellen voor de Assets  waarvoor men verantwoordelijk kunnen deze gedemarqueerd worden met een systeemgrens. Deze systeemgrens demarqueert onder andere daar waar het eigendom begint of daar waar de verantwoordelijk aanvangt. Veelal is dat de erfgrens. Een abstract voorbeeld hiervan is weergegeven in figuur 1. Vanaf de systeemgrens beschouwd “zien” we twee fenomenen, nl : Het Assetmanagement en zijn tweede van vier pijlers “Afstemming” waarin het Technische Beheer & Onderhoud in is onder gebracht. In de figuur is dit voor gesteld door Afstemming binnen het Assetmanagement te plaatsen zodat Afstemming volledig deel uit maakt van het Assetmanagement. Als Afstemming volledig deel uitmaakt van het Assetmanagement beweegt het mee met de omstandigheden, past zich aan de omgeving aan en waarborgt de functie van het kleinste onderdeel van de Asset. 

Deze beschouwing zou betekenen dat er een koppeling is tussen het kader wat gesteld wordt aan het Assetmanagement en het kleinste onderdeel. Deze koppeling wordt voorgesteld in de figuur door een pijl en de twee gele punten die respectievelijk het kader van het Assetmanagement en het kleinste onderdeel representeren. Deze koppeling wordt  “The line of Sight”genoemd of in het kader van het onderzoek “Het koppelen van Beleid aan Onderhoudsactiviteit”. 

 

1.1 De Evaluerende Variabelen

Evaluerende Vaiabelen V0.03
Tabel 1.1 Evaluerende Variabelen

Figuur 1 representeert het Assetmanagement en Afstemming, lees Technische Beheer & Onderhoud. Op het snijvlak van deze bevinden zich de variabelen die invloed hebben op zowel het kader van het Assetmanagement en/of het kleinste onderdeel van de Asset. Deze variabelen worden voorgesteld als de rode bollen op het snijvlak (systeemgrens) tussen assetmanagement en Technisch Beheer & Onderhoud. 

Deze rode bollen zijn de Evaluerende Variabelen en zijn op zich staande onderwerpen en hun invloed hebben op het kleinste onderdeel van de Asset óf randvoorwaardekijk zijn voor dat kleinste onderdeel. Dit kunnen variabelen zijn als bijvoorbeeld risico, assetmanagementplan of competentie. Door alle variabelen op het snijvlak te plaatsen kan iedere variabele individueel worden weergegeven maar ook als zodanig worden gedefinieerd en gekwantificeerd in hun mate van invloed op dat kleinste element. 

Tabel 1.1 geeft een overzicht welke variabelen er zijn en zich op het snijvlak bevinden tussen het Assetmanagement en Technisch beheer & Onderhoud. Het betreft 39 (negenendertig) variabelen die invloed hebben op het kleinste onderdeel van de Asset. 

 

 

1.2 Het snijvlak tussen Assetmanagement en Technische Beheer & Onderhoud 

Het snijvlak zoals deze is weergegeven in figuur 1 is tevens ook de feitelijke scheiding tussen het Assetmanagement en het Technische Beheer en Onderhoud waarbij deze zijn gedefinieerd als :

  • Het Assetmanagement : Alle gecoördineerde activiteiten van een organisatie om waarde te realiseren uit Assets.
  • Het Technisch Beheer & Onderhoud : Combinatie van alle technische, administratieve en managementacties tijdens de levenscyclus van een item bedoeld om het behoud, of het herstellen in een staat waarin het zijn vereiste functie kan uitvoeren.

Het snijvlak demarqueert dus het kader waar het Technisch Beheer & Onderhoud aan moet voldoen. Het specificeert aan de hand van de variabelen wat bijvoorbeeld de risico’s zijn wanneer een item (component) faalt, welke competenties er vereist zijn van het onderhoudspersoneel, wat het niveau van dienstverlening moet zijn of hoe er om gegaan moet worden met de levensduren van elementen. 

 

 

2. De Assetmanagement Ui

In Figuur 1 zijn in een abstracte weergave het Assetmanagement en het Technische Beheer & Onderhoud weergegeven echter zijn net als de wetenschap uit van Sounders, Lewis en Thornhill uit verschillende lagen opgebouwd. Wanneer het Assetmanagement en het Technische Beheer & Onderhoud wordt wordt afgepeld blijkt dat het Assetmanagement uit verschillende lagen is opgebouwd.

 

2.1 De Assetmanagement lagen

Figuur 1 550000
Fig. 2.1 NEN-ISO 55000

De NEN-ISO 55000 duid aan de hand van termen en definities het verband tussen de verschillende onderwerpen. De NEN-ISO 55000 doet dit aan de hand van een kader waarin verschillende “lagen” zijn opgetekend. Een voorbeeld hiervan is Figuur 1 van de norm waarin vier onderwerpen worden geduid die een onderling verband hebben. Het betreft :

  • Het management van de organisatie
  • Assetmanagement
  • Assetmanagement Systeem
  • Assetportfolio.

Deze aanpak heeft een analogie met de wetenschapsui echter voorziet de norm niet in drie belangrijke onderdelen, nl :

  1. Visualisering van de koppeling van Beleid aan Onderhoudsactiviteit
  2. De opbouw van het Assetportfolio
  3. Het kleinste onderdeel van een Assetportfolio

 

3. De koppeling “Beleid aan onderhoudsactiviteit”

De koppeling “Beleid aan Onderhoudsactiviteit”, ook wel de Line of Sight genoemd, is een belangrijk onderdeel binnen het Assetmanagement. De koppeling representeert dat het kleinste deel zijn functionele prestatie levert in het verlengde van het beleid. Bewust wordt hier gesproken over functie en prestatie.

Bedoeld wordt dat het kleinste deel van de Asset zijn functie uit voert wat bijvoorbeeld kan zijn het bewerkstelligen dat water stroomt, koeling plaatsvindt, warmte wordt over gedragen of anderszins. Met prestatie wordt bedoeld dat het onderdeel naast zijn functie dit ook binnen een bepaalde kwaliteitsnorm laat plaatsvinden bijvoorbeeld met een uptime van 360 dagen per jaar of een kwaliteitsrange van 5% al naar gelang het geleverde product. 

Beoogd wordt dat een organisatie succesvol wordt en blijft in de gestelde doelstellingen. Denk hierbij aan het maken van winst, het produceren van producten van een bepaalde kwaliteit of het bewerkstelligen van een bepaald niveau esthetica. 

 

3.1 Het koppelen van variabelen aan het kleinste onderdeel 

Het behalen van doelstellingen of succesvol zijn in het behalen van organisatiedoelstellingen of het realiseren van beleid. Dit kan alleen plaatsvinden als onderdelen (elementen en componenten) hun functie en hun prestatie leveren zoals beoogd. Dat betekend dat de variabelen die daar invloed op hebben in het teken moeten staan of de voorwaarde creëren om die beoogde doelen te behalen. Onderstaande figuur representeert deze situatie en geeft in drie stappen weer hoe het kleinste onderdeel wordt gekoppeld aan het beleid. 

Figuur 3.1

Figuur 1 : Zoals al eerder omschreven beschrijf de NEN-ISO 55000 het Assetmanagement en daarmee ook het het theoretisch kader. Vanuit dit kader kan, in analogie met de wetenschapsui, het assetmanagement in verschillende lagen worden afgepeld wat de NEN-ISO 55000 ook doet zoals is weergegeven in figuur 2.1 . Op een zelfde wijze kan dit hetzelfde met het tweede basisprincipe van het Assetmanagement, Afstemming, die in deze figuur vooralsnog “Maintenance Management” wordt genoemd. Het Maintenance Management krijgt hierbij als functie en prestatie om het kleinste onderdeel zijn werk te laten doen on overeenstemming met de doelstellingen. 

Figuur 2 : Het koppelen van beleid aan het kleinste onderdeel zodat doelen worden bereikt is gevisualiseerd in figuur 2. Beide gele punten markeren het beleid en het kleinste onderdeel van respectievelijk het Assetmanagement en de Asset. Om deze duiding te geven noemen we gele bollen boven in de figuur “Het beleid” en onderin de figuur de “Het component”. De rode lijn geeft alle stadia’s aan van een organisatie en technische aspecten die ervoor zorgen dat het beleid dusdanig is geformuleerd en geoperationaliseerd dat het component doe wat het beleid daarvan verwacht. 

Figuur 3 : Doordat het beleid gekoppeld is aan het component voert dit component zijn functie en prestatie uit. Voorliggende vraag is wat dan het beleid is en wat het omvat. Immers, er zijn vele variabelen die invloed hebben op het functioneren en presteren van dat element. De NEN-ISO 55000 omschrijft en definieert deze variabelen (zie tabel 1) in de vorm van termen en definities. Denk hier bij als variabelen risico, competentie, prestatie, e.d..Door deze variabelen op het snijvlak tussen het Assetmanagement en het Maintenance management te plaatsen wordt hiermee het kader van het Maintenance Management gedefinieerd. 

 

 

3.2 Verdieping van het Assetportfolio

In voorgaande paragraaf is toegelicht hoe het beleid wordt gekoppeld aan het kleinste onderdeel van de Asset. In deze abstracte weergave worden maar twee onderwerpen weergegeven waarin zich dat afspeelt, nl het Assetmanagement wat het kader definieert waaraan het Maintenance Management moet voldoen en het Maintenance Management wat er voor moet zorgen dat het onderdeel van de Asset zijn functie en prestatie levert. 

Deze abstracte weergave kan verder ingedeeld worden in lagen. Iedere laag omvat een omgeving waarin het kleinste onderdeel zich bevindt en waar het beleid via de variabelen het kader stelt en/of zijn invloed op uitoefent. In onderstaande weergave (Figuur 3.2) zijn het Assetmanagement en het Maintenance Management weergegeven op een aantal niveaus met daarin de koppeling van het beleid naar het kleinste onderdeel en de variabelen.

 

Figuur 3.2

Figuur 1 : Figuur 1 geeft een aantal lagen waaruit het Assetmanagement is opgebouwd met daarin aangegeven twee gele bullits, nl:  het beleid als kader en uitgangspunt voor alle doelstellingen en het kleinste onderdeel van de Asset. De figuur geeft in acht lagen aan hoe de de organisatie rond het portfolio is opgebouwd en de wijze waarop het portfolio is opgebouwd. 

Figuur 2 : Figuur 2 geeft net als in figuur 3.1 weer het verband tussen de het beleid en kleinste onderdeel echter nu met koppeling en de variabelen die op het snijvlak liggen tussen de organisatie en het portfolio wat onderhouden moet worden.

Figuur 3 : In figuur 3 zijn alle variabelen gekoppeld van beleid tot het kleinste onderdeel. In deze weergave kan worden herleid dat verschillende variabelen invloed hebben op het kleinste onderdeel langs de verschillende lagen van het Assetmanagement van Assets.

 

 

4. Invloed en rol kleinste onderdeel op beleid

In figuren 3.1. en 3.2 wordt weergegeven hoe het beleid is gekoppeld aan het kleinste onderdeel. Figuur  3 van figuur 3.1 wordt voor het onderzoek als paradigma gebruikt en tijdens de kennisoverdracht de “Assetmanagement Ui” genoemd door de analogie met de Research ui.

Beoogd wordt met dit paradigma een mogelijke voorstelling te maken van het Assetmanagement en het portfolio wat daardoor wordt omvat. Beoogd doel is de relatie tussen beleid en kleinste onderdeel te duiden die in de weergave als één richting wordt beschouwd maar feitelijk twee richtingen zijn, nl :

  • Kaderstellend aan het Maintenance Management (Boven naar Beneden)
  • Invloed op het beleid (Benden naar Boven)

 

4.1 Kaderstellend

Met kader stellend wordt bedoeld dat het beleid het kader omvat waaraan het Maintenance Management aan moet voldoen. Het kader is veelal gedocumenteerd en ligt vast in organisatie structuren, processen en wordt in de NEN-ISO 55000 expliciet benoemd in de drieluik :

  1. Assetmanagement
  2. Strategisch Assetmanagement Plan
  3. Assetmanagementplan

 

Assetmanagement

In overeenstemming met de definitie van het Assetmanagement die conform de NEN-ISO 55000 is gedefinieerd als :

Assetmanagement :

Gecoördineerde activiteiten van een organisatie om waarde te realiseren uit Assets 

  • OPMERKING 1 bij de term : Het realiseren van waarde zal normaal gesproken het bewerkstelligen van een evenwicht tussen kosten, risico’s , kansen en prestatievoordelen met zich meebrengen.
  • OPMERKING 2 bij de term : ‘Activiteiten’ kan ook verwijzen naar de toepassing van de elementen van het assetmanagementsysteem.
  • OPMERKING 3 bij de term : De term ‘activiteit’ heeft een brede betekenis en kan bijvoorbeeld de aanpak, de planning, de plannen en de implementatie ervan omvatten.

is het Assetmanagement er op gericht om dat deel van de organisatie dusdanig te laten functioneren dat het kader om waarde te creëren ook daadwerkelijk wordt gesteld. Dit betekent het definiëren en formuleren van het kader zodat vastligt welke prestaties er geleverd moeten worden door de functies van de asset. 

Strategisch Assetmanagement Plan

In overeenstemming met de definitie van het SAMP die conform de NEN-ISO 55000 is gedefinieerd als :

 

Strategisch AssetManagement Plan (SAMP)

Gedocumenteerde informatie die aangeeft hoe organisatiedoelstellingen  moeten worden
omgezet in assetmanagementdoelstellingen , de benadering voor het ontwikkelen van
assetmanagementplannen (3.3.3), en de rol van het assetmanagementsysteem (bij het helpen
bereiken van de assetmanagementdoelstellingen)

  • OPMERKING 1 bij de term : Een strategisch assetmanagementplan wordt afgeleid van het organisatieplan .
  • OPMERKING 2 bij de term : Een strategisch assetmanagementplan kan zijn vervat in, of kan een ondergeschikt plan zijn van, het organisatieplan.

is het SAMP een document voor het gehele portfolio. In het SAMP worden de doelstellingen concreet omschreven van de organisatie om strategieën op te kunnen stellen zodat activiteiten kunnen worden geoperationaliseerd 

Assetmanagementplan 

In overeenstemming met de definitie van het Assetmanagementplan die conform de NEN-ISO 55000 is gedefinieerd als :

Assetmanagementplan

Gedocumenteerde informatie die de activiteiten, mensen en middelen en tijdskaders beschrijft die
vereist zijn voor een individuele asset  of een assetgroep om de assetmanagementdoelstellingen
 van de organisatie te bereiken

  • OPMERKING 1 bij de term : De assets kunnen worden ingedeeld in groepen volgens assettype, assetklasse, assetsysteem of assetportfolio.
  • OPMERKING 2 bij de term : Een assetmanagementplan wordt afgeleid van het strategische assetmanagementplan.
  • OPMERKING 3 bij de term : Een assetmanagementplan kan zijn vervat in, of kan een ondergeschikt plan zijn van, het strategische assetmanagementplan.

is het Assetmanagementplan een verlengstuk, of verdieping, van het SAMP en wordt er specifiek wordt in het assetmanagentplan omschreven wat er van de individuele Asset wordt verwacht. 

 

 

4.2 Invloed op het beleid

Als het kader is gesteld en het Assetmanagement, het Strategisch Assetmanagement Plan en het Assetmanagementplan zijn geformuleerd liggen de functionele eisen en prestaties vast van het kleinste onderdeel van de Asset.

Het Maintenance Management is er op gericht om gedurende de tijd die het Assetmanagement dit voorschrijft dat het onderdeel van de Asset voldoet aan de gestelde functie specificatie en prestatie. In deze situatie worden doelstellingen volledig behaald door de organisatie. Deze situatie kan voorgesteld worden als een situatie dat storingen niet bestaan en er dus geen downtime is, er geen verstoringen zijn die het winsten reduceren of risico’s vergroten en assetonderdelen hun volledige levenscyclus volbrengen.

Helaas is dit een theoretische weergave en niet de realiteit. De realiteit is dat Assetonderdelen uitvallen en daardoor de doelstellingen beïnvloeden. Het niet functioneren of presteren conform het beleid houdt in dat het beleid wordt ondermijnd met risico’s in welke vorm dan ook als gevolg. 

Er zijn verschillende vormen van invloed op het beleid echter de meest bekende is de Mean Time Between Failures (MTBF) wanneer deze buiten vooraf gedefinieerde waarden komt. Met MTBF wordt bedoeld de tijd dat de Asset niet beschikbaar is om waarde te creëren door falen. Een eenvoudige weergave van MTBF is in onderstaande figuur weergegeven waarbij de Asset waarde levert op het moment dat deze “Up”is en geen waarde levert als deze  “Down” is 

 

Eenvoudige weergave Mean Time Between Failures

Er zijn ook andere voorbeelden te noemen als MTBF geen issue is. Denk hierbij aan monumentale objecten, ruïne ’s of aangezichten die feitelijk geen productie leveren maar wel een bijdragen leveren aan het creëren van waarde. Deze (secundaire) waarde creatie vindt plaats door de processen die rond dergelijke assettypen plaatsvinden en/of alleen maar bestaansrecht hebben door de aanwezigheid van deze assettypen. 

Voor de uitleg van de “Line of Sight” volgens de paradigma’s zoals weergegeven in figuren 3.1 en 3.1 wordt dit vanuit falende Assenonderdelen beschouwd waarbij MTBFén aanwezig zijn. Door de directe koppeling van het beleid aan het kleinste onderdeel heeft de MTBF invloed op het beleid en daarmee invloed op respectievelijk het :

  1. Assetmanagement
  2. Strategisch Assetmanagement
  3. Assetmanagementplan

 

De MTBF beïnvloed het Assetmanagement doordat de gecoördineerde activiteiten van een organisatie om waarde te realiseren blijkbaar niet voldoen of falen tenzij de MTBF was voorzien of ingecalculeerd is. Het gaat hierbij specifiek om de “gecoördineerde” activiteiten rond de Asset van een organisatie waarbij bijvoorbeeld kosten en baten of risico’s en financiën niet in balans zijn. 

De MTBF beïnvloed en/of ondermijnd het Strategisch Assetmanagement Plan (SAMP) van de Assetportfolio’s omdat de (gedocumenteerde) informatie waarop de SAMPS zijn gebaseerd niet constant is in het geval dat de MTBF anders is dan voorzien.  Hierdoor worden organisatiedoelstellingen niet bereikt en worden Assenmanagementplannen op onjuiste wijze gedefinieerd.

Meest tastbare invloed heeft de MTBF op het Assetmanagementplan. Falen heeft direct gevolg op de individuele Asset of een Assetgroep waardoor de Assetmanagement doelstellingen niet of ten dele worden behaald. Een individuele Asset kan zijn een gebouw of een groep gebouwen die falen in functie of prestatie waardoor de waarde creatie stagneert in welke vorm dan ook.  

 

 

5. Presentatie

 

 

 

 

6. Bibliografie

[tplist include=”2,34″ image=”left” image_size=”60″ order=”pub_id ASC”]